Boeken en materialen
voor bij verliessituaties.

Hoe kun je helpen

Wat kun je wel doen?

  • Helpen zit vaak in kleine dingen zoals een knipoog, een woord, een schouderklopje of een belangstellende vraag.
    Wanneer je ongestoord wilt praten, zoek dan naar een vertrouwd plekje, ergens waar het kind zich prettig voelt en waar je niet gestoord wordt.
  • Toon begrip. Begrip is belangrijker dan hulp willen bieden en oplossingen verzinnen.
  • Dring je hulp niet op maar richt je op de behoefte van het kind zelf. Vaak wil het kind niet over het verlies praten maar over hele andere dingen. Dat is ook prima.
  • Praat de tijd niet vol met zogenaamde 'adviezen'.
  • Aan tafel gaan zitten om over het verlies te praten, leidt vaak tot niks. Tijdens een ongedwongen moment, wandelend, in de auto, samen klussend, vinden kinderen het vaak gemakkelijker om iets over hun gevoelens en ervaringen te vertellen.
  • Stel open vragen die het kind of de jongere de ruimte bieden om te praten. ‘Vertel er eens iets over . . ‘, ‘Hoe heb jij het ervaren?’ en dergelijke vragen.
  • Als praten niet werkt, zoek dan een andere 'taal' zoals muziek, gedichten, verhalen, foto's, tekeningen en andere creatieve uitingen.
  • Geef ook praktische steun zoals samen nagaan wat mogelijk is op school, kleren mee uitzoeken, helpen met plannen enz..
  • Vraag niet: "Hoe voel je je?" maar benoem de gevoelens die je waarneemt: "Ik merk dat je verdrietig bent, klopt dat?"
  • Let op de lichaamshouding. Bij spanning of weerstand zet het kind het lichaam 'op slot'. Probeer hem/haar te laten ontspannen en door te laten ademen.
  • Vraag ook in een later stadium nog regelmatig hoe het gaat. Soms willen ze er in het begin niet over praten en wanneer ze er wel aan toe zijn, vraagt er niemand meer naar.
  • Rouwende kinderen en jongeren moeten zich, net als andere kinderen en jongeren, aan regels houden tot blijkt dat het nodig is om een uitzondering te maken en niet andersom.
  • Hou er rekening mee dat het verdriet regelmatig opnieuw naar boven komt. Soms op speciale dagen, maar soms ook onverwacht.

Wat kun je beter niet doen?

  • Ongevraagd adviezen geven: "Als ik jou was, . . ."
  • Zelf de ontmoeting volpraten met voorbeelden en eigen ervaringen
  • Zeggen dat het kind intussen genoeg gerouwd heeft en het leven verder gaat.
  • Gevoelens afnemen door tranen meteen te drogen of te doen alsof het allemaal niet zo erg is.
  • Een oordeel geven of het allemaal beter weten.
  • Fabeltjes over rouw vertellen zoals: 'als dat eerste jaar maar eens voorbij is', 'je kunt alleen goed rouwen door je gevoelens te tonen' en dergelijke.
  • Zoeken naar oplossingen in plaats van luisteren.
  • Proberen om iemand geforceerd op te vrolijken.
  • Bang zijn om fouten te maken en daarom niks doen.
  • Bang zijn om door te vragen. Kinderen en jongeren geven vaak kleine hints en zijn teleurgesteld als je daar niet op ingaat.
  • Woorden gebruiken als: waarom, toch, als je nu, maar, zou je niet . .
  • Clichés gebruiken. 'Het gaat wel weer over', 'het hoort bij het leven', 'je krijgt vast wel weer een nieuwe vriend', 'je moeder is nu beter af, ze had zoveel pijn', 'je opa was al oud, hij heeft een goed leven gehad'.
  • Rouwende kinderen en jongeren behandelen alsof ze zielig zijn.
  • Vertellen dat het verdriet ooit helemaal over is.
  • Verbieden dat de jongere na verloop van tijd nog rouwt.